Onder de boom. In het park.
Er was iets mis met haar.
Ik zag het aan haar grauwe gelaat, haar gefronste wenkbrauwen. Aan haar hangende schouders.
Ik vroeg het haar.
Ze zuchtte diep en zei:
“ Dit kan ik je niet vertellen, ik heb dit beloofd. Dit is een geheim.”
Dat respecteerde ik. Tegelijkertijd zag ik dat het haar opat, uitholde en wegvaagde.
Ze at slecht, sliep nauwelijks en verdoofde de pijn door veel te feesten.
Dagen gingen voorbij.
Weken.
Telkens als ik haar zag maakte ik me meer zorgen.
We spraken, maar niet écht. Haar ogen ontweken me.
Hier mocht ik niet bij.
Ik vroeg haar of ze dit geheim kon dragen. Zo alleen.
“ Nee, eigenlijk niet.” Maar ze ging het echt niet delen.
Toen moest ik denken aan mijn kindertijd. Geheimen werden verbrand en de as ervan begroeven we. Onder een boom. In het park. Geheim veilig en verdwenen.
En dat geloofden we toen echt.
Ik vroeg haar om haar geheim op te schrijven. Ze kon het dan verbranden en begraven. Onder een boom, in een park.
Dat wilde ze. Ze keek me aan.
“Wil je meegaan?”
Samen stonden we daar.
Twee volwassen vrouwen. De een met een geheim, de ander met een aansteker. Beide met hetzelfde verlangen.
Bevrijding van haar ballast.
En daar ontstond ruimte voor het gesprek dat we wél konden voeren.
“Wat doet een belofte met je?”
“Hoeveel kan en mag je dragen?”
“Wanneer geef je iets terug wat eigenlijk niet van jou is?”
Haar geheim ligt veilig onder die boom.
Zij kan weer door met haar leven.
En ik leerde dat coaching je op bijzondere plekken brengt – deze keer onder een boom.